
Een onderwerp dat vaak aan de orde komt en vaak ook beladen is, is het omgaan met de dood. De mens heeft zich sinds het begin van zijn bestaan beziggehouden met een hele interessante vraag waar iedereen mee te maken heeft: wat gebeurt er zodra ik dood ben? Ga ik ergens naar toe of gaat simpelweg “het licht uit”? Laten we daar eens verder naar kijken.
Inhoudsopgave
Het tegenovergestelde van leven
Wanneer je aan iemand vraagt: wat is het tegenovergestelde van Leven? Dan zullen veel mensen antwoorden: de Dood. Waarschijnlijk zou je daar hetzelfde op hebben geantwoord. Maar wat is dan het tegengestelde van Geboorte? Dan komen we tot de ontdekking dat de Dood het tegengestelde is van Geboorte en andersom.
Er is namelijk geen tegenstelling tot Leven, dat is continu aanwezig. Je zou haast kunnen zeggen dat Leven niet iets is wat volledig hier bestaat. Het leven was nooit geboren, en wat nooit geboren was kan ook nooit sterven.
De ziel en het lichaam
De oorsprong en werking van het leven is onbekend, wel weten we dat het aanwezig is in alle organismen vanaf de geboorte tot aan de dood. Je zou zelfs kunnen zeggen dat de geboorte (in dit geval het onstaan van het embryo, niet het moment van de daadwerkelijke bevalling) het moment is wanneer het leven zich aanbiedt aan het organisme.
Het lichaam functioneert dan als een soort “voertuig” voor die levensenergie. Pas zodra het “voertuig” niet meer functioneert zal die levensenergie het weer verlaten. De geboorte en de dood zijn simpelweg het begin en einde van een cyclus, poorten waardoor het leven stroomt. In sommige geloofsovertuigingen wordt deze levensenergie ook wel de “Ziel” genoemd.
De mens is echter een bijzonder organisme, het wil een antwoord hebben op alle vragen. Dit zorgt ervoor dat de mens onnodig nadenkt en zich daardoor onnodig zorgen maakt.
Lengte van het leven
We gaan allemaal dood, dat is een feit. Voor de eendagsvlieg is het leven veel korter dan voor een landschildpad. Door de moderne geneeskunde en gezondere leefwijzen worden mensen gemiddeld ouder dan vroeger. Gemiddeld rond de 85 jaar in plaats van de 55 jaar die er 200 jaar geleden was.
Er is zelfs een punt ontstaan dat sommige mensen na een bepaalde leeftijd er al genoeg van hebben en eruit willen stappen. De lengte van een leven wordt dus niet alleen bepaald vanuit de staat van het lichaam maar ook mentaal. En daar stuiten we meteen op het belangrijkste knelpunt, het brein.
Het instict
De meeste organismen, als het niet alle organismen zijn, hebben een instinct waarmee ze geprogrammeerd zijn. Hierin zit een programmering waarmee een organisme weet wat die moet doen. Een vogel weet hoe die een nest moet bouwen, daarvoor heeft hij niet eerst een workshop hoeven te volgen. Het zit vol met processen die het organisme moeten beschermen tegen uitsterven, zoals weten hoe de voortplanting functioneert, hoe het nageslacht beschermd moet worden en hoe zichzelf te beschermen. Het vecht- of vluchtmechanisme is daar een voorbeeld van.
Uiteraard heeft de mens deze instincten ook, dat werd deels door Carl Jung omschreven als “archetypes”. Er zijn natuurlijk genoeg mensen die er van overtuigd zijn dat de mens geen organisme is maar een “apart wezen” neergezet door een god en de rest van de organismen zijn de hulpjes. Door het Human Genome Project is al bewezen dat het DNA van de mens en de chimpansee voor 99% overeenkomen. Hierdoor is de mens vergelijkbaar met andere organismen.
Identiteit
Wat de mens alleen anders maakt, is de hogere hersencapaciteit (al wordt die zelden gebruikt). Hierdoor wordt de mens zich bewust van zijn bewustzijn. Hierdoor kan een mens logica toepassen en nadenken (onder andere door het ‘stemmetje’ wat heel veel mensen in hun hoofd hebben). Net zoals alle organismen is er sprake van een instinct, dit is essentieel om te kunnen functioneren en jezelf en je nageslacht te beschermen. Bij de mens is dit iets geavanceerder, dit wordt het “ego” genoemd. Dit is overigens een Latijns woord dat ‘ik’ betekent.
Sigmund Freud gebruikte de term “superego”. Dit heeft niets te malen met “egoïsme”, maar is een essentieel onmisbaar onderdeel van (de gedachteprocessen van) het brein. Waarbij het voor de meeste organismen beperkt is tot ingebakken instructies voor zelfredzaamheid, is het bij de mens uitgegroeid tot een eigen identiteit.
De illusie van de realiteit
Zodra je bent geboren, nemen de hersenen allerlei gegevens op over je omgeving. Feitelijk wordt er een kopie van die informatie gemaakt en in je hersenen opgeslagen. Iedere mentale interactie, zoals je relaties met de mensen in je omgeving en de wereld om je heen gebeurt via de informatie in je hersenen en niet direct via je zintuigen.
Er zit altijd een laag tussen je brein en de realiteit om je heen. De meerderheid van de mens is er zelfs van overtuigd dat jij als persoon in een lichaam zit, terwijl in feite jij als persoon (je identiteit) wordt voortgebracht vanuit je brein en dus wel degelijk een geheel bent met je lichaam. Je gevoel van je “zelf” is in feite een product van het ego in de hersenen. Is het lichaam er niet meer, dan is die “zelf” er dus ook niet meer. Dat is heel belangrijk om te onthouden.
Jij als persoon bent niet fysiek te vinden in het lichaam, maar het wordt voortgebracht vanuit het brein, zo ook het ego. Vaak onopgemerkt leeft het ego zijn eigen leven. Het wil, net zoals andere organismen, blijven leven. Alleen het ego heeft altijd dorst, het wil steeds meer. Het wil zich onderscheiden tegenover anderen, het wil onsterfelijk zijn en het wil steeds meer.
De “fear of missing out” is daar ook aanwezig, je wilt niets missen en kijkt continu uit naar later, want dan wordt het steeds beter.
Alles stopt een keer
Kijk naar de machtigste leiders en veroveraars die de wereld heeft gekend, zoals o.a. Julius Caesar, Karel de Grote, Attila de Hun, Genghis Kahn enz. Ze hebben veel voor elkaar gekregen, maar nu zijn ze allemaal dood. Ze worden wel allemaal herinnerd in de geschiedenis, zoals de wens van de meesten, maar zelf maken ze er niets meer van mee.
Het proces van het ego en de struikelblokken daarvan wil ik in een ander artikel verder bespreken, om te voorkomen dat ik offtopic ga.
Angst voor de dood
Het ego is bang voor de dood omdat het dan niet meer zal bestaan. Onderdeel van het instinct is om te proberen in leven te blijven, dus het ego raakt in paniek bij die gedachte. Er zijn genoeg mensen die zich bedenken, vanuit die fictieve “zelf” die alleen in het brein plaatsvindt, hoe de dood eruit zal zien. Wat gaat er met mij gebeuren? We willen tenslotte niet tot in de eeuwigheid in het duister blijven zweven en onze geliefden gaan missen!
Om dit te beantwoorden, heb ik een aantal wedervragen. Neem gerust de tijd om deze te beantwoorden:
- Hoe was je leven voordat je was geboren? Zat je toen ook in het “duister”?
- Wat herinner je toen je voor het laatst sliep? Zat je toen ook in het “duister”?
Je zal je zeer waarschijnlijk in beide situaties niets kunnen herinneren, of misschien wel een droom tijdens die periode. Dit komt omdat ons “zelf” niet aanwezig is voorafgaand aan onze geboorte of wanneer we slapen. Dit komt omdat het een onderdeel is van het lichaam. Na de dood, wanneer het lichaam dus permanent is uitgeschakeld, zal die “zelf” er ook niet zijn.
Oorsprong van het bewustzijn
Dat wil echter niet zeggen dat er na de dood niets is. Het is alleen dat die fictieve persoon die is voortgekomen uit het ego er niet meer is. Er zijn situaties geweest waarbij mensen klinisch dood zijn geweest en allerlei dingen hebben gezien en gehoord. Zelfs mensen met zintuiglijke beperkingen hebben dingen waargenomen die het lichaam niet had kunnen waarnemen. Dit wordt in de volksmond ook een “bijna-dood ervaring genoemd”.
De cardioloog Pim van Lommel heeft hier in het verleden onderzoek naar gedaan en verwerkt in zijn boek “Eindeloos Bewustzijn”. Hij benoemde hierbij het verhaal van een man die dood op straat gevonden werd. Er was geen hartslag en hij werd naar het ziekenhuis gebracht. Een medewerker legde de spullen van de man in een specifiek kastje. Het was vervolgens gelukt om de man te reanimeren. Toen hij ontwaakte uit zijn coma, vroeg hij naar de desbetreffende medewerker die hij perfect kon omschrijven. Die medewerker kwam, en de man vroeg of hij a.u.b. zijn spullen uit dat kastje kon halen waar hij het in gestopt had. Dit terwijl er geen hartslag of hersenactiviteit gemeten kon worden.
Pim van Lommel kwam tot de conclusie dat als dit bewustzijn niet gemeten kan worden in het lichaam, dat deze buiten het lichaam zou moeten plaatsvinden. De hersenen brengen geen bewustzijn tot stand, zij faciliteren dit slechts. Het bewustzijn zou oorspronkelijk afkomstig zijn uit een niet-lokale ruimte.
De verdwijning van het ego, de komst van de ziel
Wat er vervolgens gebeurt met dit bewustzijn zodra je lichaam permanent is gestorven, dat is onbekend. Wel is bekend dat de hersenen niet meer functioneren en er dus geen pijn of angst of zelfidentiteit meer kan zijn, en dat is gunstig.
Bij mensen die de dood tegenmoet gaan door ouderdom of ziekte, begint het ego te vervagen. De verlangens en de wens om in leven te blijven, zullen steeds meer vervagen. Er zullen eerst nog angsten zijn, maar ook die zullen uiteindelijk vervagen.
Dus wat ik iedereen wil meegeven, richt je op je leven dat je nu hebt, want dat is kostbaar, en de rest komt je vanzelf tegenmoet.
Heel mooi en duidelijk geschreven Mallory!