
Van alle wezens op aarde is de mens heel bijzonder. Niet vanwege de lichaamsbouw, want dat zou in het wild niet lang overleven, maar vanwege het brein. Wij zijn in staat om te denken en te reflecteren, wat ons heeft geholpen om te overleven. Zo ver bekend is er geen ander wezen op aarde die op de zelfde manier kan redeneren als de mens. Maar wie zijn wij nu precies? En wat gebeurt er wanneer dit stopt met bestaan?
Inhoudsopgave
Wij in de wereld
Vanaf het moment dat wij ervan bewust zijn dat we bestaan, meestal rond de tijd dat we een kleuter zijn, zien wij de wereld om ons heen vanuit onszelf.
We hebben het idee dat ‘wij’ in ‘de wereld staan’. Het is ‘ik’ die besta in de wereld. Veel mensen hebben ook een stemmetje in hun hoofd wat ze gebruiken om over dingen na te denken. We hebben in feite gesprekken met onszelf in ons hoofd.
Naarmate wij ouder worden, gaan we ook nadenken over wat er gaat gebeuren wanneer ‘wij’ er niet meer zijn. Onze wereld valt weg. Gaat alles voor altijd op zwart?
Onze belevingswereld
Ons brein is zeer complex, met ontelbare prikkels naar, en ontelbare impulsen in onze hersenen wordt ons lichaam aangestuurd. Het is in feite een ontzettend belangrijk orgaan in ons lichaam, want het houdt ons in leven.
Het gevolg van deze processen in ons brein is een constante golf van informatie wat komt en gaat. Deze stroming creëert in feite onze belevingswereld en ons gevoel van ‘ik’.
Deze stroming wordt beïnvloed door allerlei ervaringen van onszelf, onze omgeving en onze voorouders.
Wanneer onze zintuigen iets waarnemen (zien, horen, ruiken, horen en voelen), gaan de hersenen ermee aan de slag om die prikkels begrijpbaar te maken voor ons. Onze gedachten zijn overigens ook een prikkel die onze geest waarneemt, waarna deze ook verwerkt worden om begrijpbaar te zijn voor ons.
Onze identiteit
Wat ook een gevolg is van deze processen in onze hersenen is de realiteit van het ego. Ego, wat een Latijns woord is voor ‘ik’, komt voort uit de illusie dat wij een eigen identiteit zijn, waarbij wij de processen in ons brein toe-eigenen alsof die eigendom zijn van onszelf. Dat is ook waar identiteit vandaan komt.
Doordat wij ons identificeren met onze gedachten, concluderen wij voor onszelf dat deze gedachten dus ook ‘de waarheid’ omvatten, want wie twijfelt tenslotte aan zichzelf?
Wat zijn wij wél?
In de werkelijkheid is er geen ‘ik’ of ‘jij’. Nergens in ons lichaam vinden wij sporen terug van deze ‘ik’. Dat idee kan best verwarrend zijn. Als ‘ik’ niet ‘ik’ ben, wat ben ‘ik’ dan wel? Het antwoord is heel simpel: je bent een levend wezen! Zoals alles wat leeft eigenlijk. Alleen kan ‘jij’ er nog over nadenken!
Wij zijn levende wezens die komen en gaan in alle vormen. Voor ons is de dood slechts een poort waar wij doorheen gaan, terwijl we het lichaam achterlaten. Voor ons brein, wat onderdeel is van ons lichaam, is dit niet te bevatten. Het lichaam wil oneindig door met leven, net als een klein kind wat zijn zin wilt krijgen, en dat heeft allemaal invloed op onze perceptie van de realiteit.
Identificatie met gedachten
Doordat wij onszelf identificeren met onze gedachten, gaan wij dus ook mee met iedere gedachte, net als een hond die achter een stok aan rent. Ervaren wij emoties, dan identificeren wij ons daarmee. We ervaren geen boosheid of verdriet, we ZIJN boos en we ZIJN verdrietig.
Dat geldt ook voor de dingen die we doen. Wanneer iemand het beroep van bakker aanneemt, dan neemt die de identiteit ook over. Dan BEN je opeens bakker. Vraag jezelf eens af, als je op een bepaald moment de vaat gaat wassen, ben je dan een vaatwasser?
De ander is alles schuld
Wij hebben een beeld van de wereld en hebben daarbij het idee dat dit de waarheid is. Loopt het in de praktijk anders dan we hadden gedacht, dan zijn we teleurgesteld en boos. Het is dan de ander die ons ‘in de steek’ heeft gelaten.
Het is echter ons denkproces dat ons in de steek heeft gelaten. Maar doordat wij ons identificeren met, en hechten aan die gedachten voelen wij ons het slachtoffer van de ander.
Stel je bent een buitenmens die graag veel wandelt en meerdere keren per jaar op reis gaat voor actieve vakanties in de natuur, dan ontmoet je vervolgens je ideale droompartner tijdens een wandeling. Hij is dol op wandelen en zeker vakanties!
Tijdens de relatie kom je tot de ontdekking dat zijn favoriete wandelroute eigenlijk alleen van de bank naar de brievenbus is om de krant te pakken en zijn favoriete vakanties zijn liggen op het strand met een cocktail.
Je bent teleurgesteld in je partner en beschuldigt hem ervan om lui te zijn en je in de steek te laten. Het probleem is alleen dat hij niets fout doet, hij functioneert gewoon zoals hij is en altijd al is geweest. Hij voldoet echter niet aan jouw verwachtingen, dus het probleem ligt dan echt bij jezelf.
Teleurstelling en het slachtoffer
Door je te hechten aan je gedachten, zit je ook vast aan de consequenties van die gedachten. Teleurstelling is een voorbeeld hiervan. Wij identificeren ons met een verwachting. Komt deze niet uit, dan identificeren wij ons als teleurgesteld. Komt deze wel uit, dan identificeren wij ons als gelukkig.
Dit is overigens een constant proces, want uiteindelijk voldoet dit toch niet aan onze verwachtingen in de toekomst en is het weer teleurstelling (het werk van karma). En vervolgens identificeren wij ons als slachtoffer, want de ander heeft dit bij ons veroorzaakt.
Dit proces van meebewegen met onze gedachten is een constant proces van verwachtingen en teleurstellingen. Maar hoe ga je hier mee om?
Wij zijn wat we denken
In de Dhammapada, een deel van de lessen van de Boeddha, begint men meteen met de volgende passage:
Wij zijn wat we denken. Alles wat we zijn ontstaat uit onze gedachten en met onze gedachten creëren wij onze wereld. Dus, spreek of handel met onzuivere gedachten, en moeilijkheden zullen je volgen, net zoals het wiel de os volgt die de wagen trekt.
De filosoof Mark Twain staat bekend om een van zijn uitspraken: “ik denk dus ik ben”. Doordat een mens kan denken, kan het zichzelf een identiteit toekennen.
Een dier zal zichzelf niet identificeren, die reageert alleen op een naam omdat die steeds wordt herhaald en niet omdat het zich daarmee identificeert.
De realiteit
Door onze eigen gedachten niet klakkeloos over te nemen als de werkelijkheid en deze niet toe te eigenen aan onszelf, gaan wij niet mee in het werk van ons brein en beginnen we echt te leven.
Wanneer je iets waarneemt, vraag jezelf dan eens af of die waarneming ook daadwerkelijk juist is. Ga niet uit van de waarheid van je gedachten en ga op onderzoek uit!
Door van een situatie te leren in plaats van anderen de schuld te geven of door te zeggen “tja, dat is gewoon hoe ik ben”, neem je verantwoordelijkheid voor je gedachten en je handelen.
Je hebt niet altijd controle over je gedachten, maar je kan er wel voor kiezen of je wel of niet meegaat in die gedachten. In feite observeer je de denker in jezelf en neem je de input van je brein niet meer klakkeloos over.
Ik en de ander
Bij de vraag: “ben ik nu wel of niet mijn lichaam?” is het antwoord: jij als persoon bent zeker je lichaam omdat het daaruit voorkomt, maar jij als levend wezen bent niet je lichaam omdat het leven niet door het lichaam wordt voortgebracht.
Door onszelf niet als ‘ik’ te zien en de rest niet als ‘de ander’ te zien, is er ook geen sprake van een ander die het probleem is. Met ons lichaam zijn we zeker uniek, maar wij als levende wezens zijn hetzelfde.
(Over)leven
Je ziet dit ook dagelijks terug in de maatschappij, de meeste mensen hebben de ‘ik-stand’ geactiveerd en lopen door middel van hun overlevingsstand hun gedachten achterna zonder daadwerkelijk te leven, met het idee om hun drukke dag zo snel mogelijk weer achter zich te laten. Zij zetten zich zich over het leven heen, met de illusie dat er iets belangrijkers is dan leven. En wat doe jij? Leef jij of overleef jij?
Leuk geschreven Mall, met grappige kwinkslagen zoals ..de vaatwasser..!
Met nog n kleine aanvulling..bij de zintuigen heb je 2x horen staan, daar mag proeven nog bij vermeld worden..! 🤗👍
dat is een hele goeie! dankjewel voor de tip 😊